Wat voorafging aan Gravelrides.cc

Alle zakelijke kilometers met de fiets

Eind september 2016 nam ik het besluit om een jaar lang naar alle zake­lijke afspraken te fietsen. Het idee hiervoor ontstond tijdens de zomer­vakantie en in september nam ik het besluit.

We waren in de Franse Alpen en kampeerden op een groene camping op 1.400 meter hoogte met een schitterend uitzicht op het Parc National des Ecrins. Moeite met de keerzijde van onze economie had ik altijd al, maar deze vakantie was het anders. Bij het starten van onze auto schaamde ik mij dieper en dieper voor de rook uit de uitlaat. De rook herinnerde mij aan ‘dieselgate’ en aan alle documentaires over misstanden en problemen in de wereld. Het was een heerlijke vakantie met veel mooie fietstochten en bergwandelingen met mijn gezin, maar de schaamte maakte diepe indruk en bevrijdde een wens om anders te leven.

Eenmaal terug in Edam besloot ik om voortaan naar alle zakelijke afspra­ken in Amsterdam te fietsen. Ik wilde meer maar voelde geen ruimte, dus bleef het in eerste instantie bij ritjes naar Amsterdam die ik voorheen altijd met de auto deed.

Dat werd anders toen ik eind september voor de zoveelste keer achter mijn laptop zat. Diep peinzend over de vraag wat ik met mijn leven wil­de, met name professioneel kon ik mijn draai niet vinden. Tot en met 2013 belandde ik van het ene in het andere zakelijke avontuur. Een groot deel van de tijd had ik daar geen enkele moeite mee, sterker nog, ik vond het steeds weer interessant en heb er veel van geleerd. Ik was gewoon snel verveeld: zodra ik wist hoe iets werkte en in elkaar zat, werd het tijd voor iets nieuws.

Ik zocht naar meer vastigheid en rust – vanwege de kinderen, het huis en het zal ook een kwestie van leeftijd zijn. Iedere keer opnieuw beginnen is spannend en interessant maar het kost ook veel energie, tijd en geld. En het brengt onzekerheid met zich mee.

Het begin van het einde

In 2012 ben ik gestart met Butterfly Stories. Een social enterprise waarmee we nieuwe producten, diensten en initiatieven wilden ontwikkelen en re­aliseren. We begonnen met het introduceren van een goed doel in Neder­land dat in het buitenland al succesvol was en werkten daarnaast aan de oprichting van ‘Happy Workers’. Dit was een sociaal cateringbedrijf dat met een broodkraam in bedrijfsverzamelgebouwen een gezonde lunch en goede koffie verzorgde. De broodkraam werd gerund door jonge, hoog­opgeleide talenten die bij Happy Workers werkervaring konden opdoen als manager en als ondernemer. Maar de grote missie was om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een reële kans op betaald werk te bieden.

Het sympathieke bedrijfsconcept van Happy Workers leidde tot een flin­ke groei van het aantal klanten, met name voor lunchbezorging. Maar met het wegvallen van mijn compagnon na ongeveer een half jaar kwam ik er snel achter dat een mooi concept bedenken iets anders is dan een concept opzetten en managen. Een cateringbedrijf is ook een logistieke uitdaging en als je organisatorisch niet heel getalenteerd bent dan kan je ineens ’s nachts in paniek wakker worden omdat je bent vergeten melk in te kopen. Ik zelf veranderde daardoor heel snel van een Happy Worker in een stresskip.

Na de zomer van 2013 verhuisden we met Happy Workers naar een nieuwe locatie, nadat we onze activiteiten op de proeflocatie hadden be­ëindigd. Bij die verhuizing ging echter van alles mis. Nieuwe koelkasten stonden na het weekend op 32 graden, een grote huurder in het pand had net een catering­dame aangenomen omdat hij niet wist van onze komst en de groothandel kon het nieuwe pand niet vinden, waardoor om 12 uur mensen in de receptie stonden voor een lege broodkraam. Geen goede start.

De val

Na een stressvolle eerste week was de rust wedergekeerd en kon ik vrijdag met een gerust hart naar een familieweekend in de Achterhoek. ’s Avonds gingen we eten in een restaurant en op de terugweg maakte iets in mij dat ik stopte met fietsen en verder te voet ging. Ik wilde even alleen zijn. Toen hoorde ik een soort van innerlijke stem die zei ‘je bent te ver gegaan, je gaat bloeden.’

Die nacht werd mijn dochter van vijf jaar huilend wakker van een nare droom. Ik ging naar haar toe en ging bij haar op bed zitten om haar te kalmeren. Ineens werd ik heel misselijk en ik weet alleen nog dat ik heel snel naar de wc moest om over te geven. Maar de wc heb ik niet gehaald. Ik ontwaakte op de grond met een knallende hoofdpijn en de stem van mijn vrouw. Het duurde even voordat ik in de gaten had dat ik was flauwgevallen; ik was met mijn hoofd tegen de punt van een muur in de woonkamer gevallen. Mijn linkeroog was helemaal blauw en opgezwollen, waardoor ik met dat oog niets kon zien. De hoofdpijn bleek de voorbode van een flinke hersenschudding.

Onderzoek bij de eerste hulp wees uit dat mijn schedel niet was gebroken. De oorzaak leek vooral pech te zijn en de oplossing rust. Het toeval wilde dat ik een half jaar voor de val mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering had opgezegd en over drie dagen liep mijn contract af. Als gevolg daarvan had ik geen financiële dekking als ik een periode niet zou kunnen werken door mijn val, wat inderdaad het geval zou blijken te zijn.

Wat ik mij herinner van het moment na de val was het diepe besef dat ik niet alleen met mijn hoofd maar met mijn hele leven was gevallen. Dat besef heeft veel indruk op mij gemaakt en zou me een hele tijd niet loslaten.

Bijna failliet

Een baas met een hersenschudding. Kon dat goed gaan? We zaten mid­den in een verhuizing, er waren nieuwe mensen die ingewerkt moesten worden, de omzet moest snel groeien en nieuwe locaties kampen altijd met de nodige kinderziek­tes. Nooit eerder in mijn leven heb ik zo met mijn rug tegen de muur gestaan. Ik had een bedrijf in nood dat vroeg om al mijn aandacht en ik kon zelf niets doen. Ik had de hele dag hoofdpijn en van alle stress kreeg ik nog meer hoofdpijn. Ik had vooral rust nodig maar rusten kon niet, kortom, ik zat helemaal klem.

Na twee maanden ploeteren heb ik de stekker uit Happy Workers ge­haald. Al ons geld was op, doorgaan zou zonder twijfel hebben geleid tot een faillissement en dat wilde ik echt voorkomen. Het einde van Happy Workers was behalve pijnlijk ook een enorme opluchting en – zo bleek – noodzakelijk voor mijn herstel van de hersenschudding.

Netwerken als zoektocht naar €

Uitsluitend om financiële redenen ging ik in november, tijdens de Week van de Ondernemer, voor het eerst naar een netwerkdag voor onder­nemers. Deze netwerkdag bood mij een combinatie van interessante sprekers en ongemakkelijke momenten tijdens de koffie en de lunch, want ik kende er niemand en spontaan gesprekjes aanknopen met mensen lukte mij niet oprecht. Glimlachen en instemmend knikken wanneer ik dat helemaal niet voel heeft geen kwaliteit en is niet echt. Ik wilde eigenlijk meteen al weg, ook omdat netwerken met hoofdpijn – mijn hersenschudding was namelijk nog verre van genezen – geen goed idee is.

Halverwege de dag ging ik naar huis en op de terugweg besloot ik een andere manier van netwerken te zoeken, maar eerst wilde ik volledig her­stellen van mijn hersenschudding. Na een half jaar van revalidatie werden mijn ideeën steeds concreter en ongeveer 9 maanden na mijn val heb ik Cima Coppi Business Cycling opgericht, een businessclub voor wielrenners.

Bezinning & zelfreflectie

Naarmate het beter met mij ging ontstond er steeds meer ruimte voor belangrijke en urgente vragen. Wat ga ik doen om geld te verdienen? Wat wil ik überhaupt? Wat ging altijd goed en wat niet? Hoe kwam het dat het zo mis kon gaan? Waarom ging ik door toen mijn compagnon stopte? Ik heb vaker dingen gedaan die ik beter niet had kunnen doen. Wat kon ik hiervan leren? Wat moet ik doen? Hoe ga ik verder? Waar word ik gelukkig van?

Terugkijkend op mijn leven, wat ik veelvuldig deed in deze periode, rea­liseerde ik mij dat de belangrijkste momenten totaal andere dingen waren dan waar ik meestal mee bezig was. Een beetje zwart/wit gesteld leefde ik 90% van mijn leven voor dingen die later niet eens in de top-100 zouden voorkomen van de belangrijkste momenten, zoals tijdens een weekend op een eenvoudige natuurcamping waar ik genoot van het plezier van mijn kinderen. Dàt was en is echt belangrijk: dat het goed gaat met mijn kinderen, dat ze gezond zijn, dat ze plezier hebben, dat ze gelukkig zijn en dat ze lekker samen spelen met andere kinderen. Maar als zij zo belangrijk voor me zijn en de hoogtepunten in mijn werk achteraf dus helemaal geen hoogtepunten van mijn leven zijn, waarom is werk dan zo’n groot onderdeel van mijn leven?

Begrijp me niet verkeerd, werk is belangrijk. Voor alles wat we nodig heb­ben wordt hard gewerkt. Door de bakker, de vuilnismannen, de artsen, verpleegsters, de juffen en meesters van onze kinderen. Als we niet wer­ken dan is dat er niet meer. Werk is dus echt belangrijk. Hoe kan het dan dat mijn werk achteraf helemaal niet zo belangrijk voelt? Heeft dat met het werk zelf te maken? Met hoe ik mijn werk doe? Of mis ik gewoon wat er wel toe doet in mijn werk? Deze vragen bleven me bezig houden maar ik moest weer aan het werk: onze bankrekening had geen tijd voor deze vragen.

‘Haastige spoed is zelden goed’

Gevolg was dat ik te snel diensten ging aanbieden en die ik ook te snel weer veranderde omdat ze toch onvoldoende bij mij pasten. Ik wilde werk doen dat echt bij mij past en een leven leiden dat voldoende ruimte bood voor wat echt belangrijk is. Dat was na de hersenschudding mijn hoofd­doel. En dat bleek nog niet zo makkelijk. In juni 2015 was de pijp opnieuw leeg en besloot ik alle opdrachten terug te geven. Ik kon het niet meer opbrengen en wilde het ook niet meer. Met mijn zwaarbe­vochten inkomen en mijn zoektocht was ik ‘terug bij af’.

Gelukkig was het tijd voor vakantie, de zomer van 2016; we gingen naar de Alpen. Daar, in de bergen, kreeg ik last van schaamte over sommige manieren waarop ik onderdeel was van de wereld: ik schaamde mij, zoals reeds gezegd, diep voor de vieze rook die uit de uitlaat van onze auto kwam. Na de vakantie pasten we ons eetpatroon aan, minder vlees en minder suiker, en ik ging voortaan met de fiets naar Amsterdam. Dit was een goed begin.

Het grote besluit

Eind september zat ik weer eens achter mijn laptop te broeden op de grote vragen die mij al een paar jaar bezig hielden en waar ik nog altijd geen antwoord op had. En toen was daar ineens het besef dat ik alle ant­woorden zocht zittend achter mijn laptop. Wandelen, fietsen en mensen ontmoeten deed ik ook, maar ik zat hoofdzakelijk achter mijn laptop. Is dat echt de plek waar antwoorden worden gevonden op de grote vragen? En is dat de plek waar grote veranderingen ontstaan? De momenten die mijn leven hebben veranderd, de momenten met impact, vonden toch ook niet plaats achter mijn laptop?

Dat was het moment waarop ik mijn verlies nam en besloot om te gaan fietsen. Vanaf 1 oktober 2016 zou ik een jaar lang gaan fietsen naar alle zakelijke afspraken; vanuit de wens om anders te leven en om werk te vinden dat echt bij me past. De afspraken in mijn agenda zouden leidend zijn voor de afstand, de route, de dag en het tijdstip. Wat volgde was een ingrijpend avontuur op de fiets.

Christiaan Warger

Fietsen in de herfst

Als je lange dagen maakt op de fiets dan beleef je de herfst in slow-motion. Langzaam veranderen alle groentinten in prachtige herfstkleuren – niet al­lemaal tegelijk, gelukkig niet, iedere boomsoort heeft zijn eigen moment.

Deze diversiteit in de natuur zorgt voor veel levendigheid, afwisseling en grote schoonheid. Adembenemend vond ik het en heel bijzonder om zo langdurig en intens mee te maken. De afwisseling en variatie deden me denken aan problemen in onze multiculturele samenleving: we hebben het lastig met verandering en een grote verscheidenheid aan culturen die samen een klein stukje van de wereld delen.

Aan de ene kant verlangen we naar een vertrouwde omgeving die we goed kennen, aan de andere kant lokt het avontuur en juist het onbekende. Denk aan alle restaurants en eettentjes in de grote steden: werkelijk ieder land, iedere cultuur is er vertegenwoordigd met haar keuken. Marokka­nen staan vaak negatief in het nieuws en hun imago is er de laatste jaren niet beter op geworden. Maar als je begint over jouw vakantie naar Ma­rokko, dan is van dat negatieve sentiment helemaal niets meer te merken. Ook veranderen negatieve sentimenten in positieve zodra we bij elkaar eten en genieten van de nieuwe smaken.

Diversiteit en afwisseling maken van iedere fietstocht een kleine ontdek­kingsreis met veel verrassingen onderweg. Afwisseling in het landschap betrekt je meer bij de omgeving waar je doorheen fietst. Maar een een­tonig landschap kan ook boeiend worden als je zo af en toe je navigatie uitzet en op de gok een alternatieve route terug naar huis neemt.

Zonder navigatie beleef je de omgeving intenser en zie je meer. Op een koude dag in de winter deed ik de terugreis zonder navigatie, daardoor werd de rit veel langer: 220 km in plaats van de geplande 150 km. Toch was het een van de ritten waar ik met veel plezier aan terugdenk.

100 km in de mist

Behalve op het gebied van kleur heeft de herfst nog meer te bieden. Re­gen, harde wind, mist en grijze dagen waar zelfs een minuscuul zonne­straaltje ontbreekt, het zijn van die dagen dat de meeste fietsers binnen blijven. Ik ook, tot eind september, maar per 1 oktober 2016 was niet het weer leidend maar een afspraak in mijn agenda, vanwege mijn voorne­men moest ik ook aan de bak op doodgewone grijze dagen.

Zo had ik een keer een afspraak in Maassluis, meer dan 220 kilometer fietsen. Die dag was het niet alleen grijs, het was ook nog eens heel erg mistig; ik denk dat het zicht nog geen 100 meter was. Urenlang fietste ik door de mist. Pas na ruim 100 kilometer trok de mist op. Niets te zien dus op zo’n dag en toch was dit een van de ritten die me bij zal blijven.

Vier a vijf uur fietsen in de mist: al vrij snel kijk je nergens meer naar, er is toch niets te zien. Je moet alleen wel je fietscomputer met navigatie extra goed in de gaten houden, want anders heb je echt geen idee meer waar je bent, laat staan waar je naartoe gaat.

Voortbewegen in de tijd heeft iets wonderlijks zonder oriëntatie, zon­der omgeving, zonder herkenning onderweg. Deze route was compleet nieuw. Na ongeveer een uur verdwenen mijn gedachten, of be­ter gezegd, helemáál weg gaan ze nooit, maar het voelde anders dan ik gewend was. Ik nam op een gegeven moment de verkeerde afslag waarna mijn fietscomputer begon te piepen. De gedachte die in mijn geest verscheen vergeet ik nooit meer: ‘hee, ik rij verkeerd’.

Is dat een zin om nooit meer te vergeten? Niet vanwege de inhoud uiter­aard. Dit moment zal ik niet vergeten omdat deze gedachte op mijn net­vlies verscheen zoals mededelingen van de NS op een groot scherm. Het was niet mijn eigen gedachte. Het was alleen maar een gedachte. Verder niets. Een gedachte zonder persona van wie de gedachte was. Hij kwam op en verdween ook meteen weer. Mijn lichaam deed uit zichzelf wat nodig was: omkeren, kijken naar de fietscomputer, andere kant op fietsen, weer verkeerd, nog een keer keren, terug naar start, andere kant op en toen zat ‘ik’ goed. Ik? Fietste ik mee dan? Wie was ik? Ik zocht ‘ik’ maar kon hem niet meer vinden.

Vrijdag de 13e

Het is 13 januari 2017 en 5.30 uur in de ochtend. Vandaag wacht mij een rit van 212 km. Snel eet ik een bord havermout en een paar boterhammen met jam. Ik heb haast want ben iets te laat opgestaan. Ik kijk nog even naar buiten en schrik. De wegen glimmen onheilspellend en op de auto’s ligt een dunne laag sneeuw. Er valt natte sneeuw. Zal ik gaan?

Sneeuw, hagel en ijskoude regen

Om 10 uur heb ik in Apeldoorn afgesproken. Ik ben nog maar net ver­trokken en de eerste hagelbui slaat op mijn gezicht. Ik fiets schuin tegen de wind in. Gelukkig is de hagel van korte duur. Even later krijg ik een nieuwe hagelbui te verduren. Ook deze bui trekt snel weg. De eerste 20 kilometer wisselen hagelbuien elkaar af.

Even voorbij Broek in Waterland steek ik de provinciale weg over net boven Amsterdam Noord. Op het fietspad ligt een dikke laag sneeuw. Hier is nog niet gestrooid. Gelukkig is het maar een kilometer of vijf. Dan via IJburg naar Muiden, de brug over naar Flevoland waar opnieuw een dikke laag sneeuw op het fietspad op mij wacht. Dit keer zou het meer dan 25 km zo blijven. Met de rug in de wind gaat dat prima. Als ik over mijn schouder achter me naar het Westen kijk zie ik echter grote donkere grijze wolken in mijn richting komen. Dat voorspelt weinig goeds.

Almere ligt nog maar net achter me als een combinatie van sneeuw, hagel, natte sneeuw en ijskoude regen zich zonder onderbrekingen met kracht op mijn hagelnieuwe wielerjack neerstorten. Mijn handschoenen zijn binnen 10 minuten drijfnat en dus ijskoud. Als dit zo blijft dan red ik het niet. Zal ik omkeren? Mijn benen trappen onverstoorbaar door. Pas bij Putten houdt de neerslag op. Hier is wel gestrooid, maar of dat veel beter is…

Nu komt de koude douche niet uit de lucht maar van de straat. Mijn voorwiel produceert een straal van ijskoud water. Tot aan mijn knieën is alles steenkoud. Mijn handschoenen wissel ik om voor een droge set die ik gelukkig had meegenomen. Mijn handen worden heel langzaam weer warm. Mijn voeten en onderbenen zullen het nog even met het koude ijswater moeten doen. Vastberaden fiets ik door. Wel is duidelijk dat ik 10 uur niet ga halen want het is dan al 10 uur geweest.

Door de sneeuw met 28 mm bandjes

Bij Nieuw-Milligen stuurt de navigatie mij het bos in. Maar waar is het pad? Ik zie alleen een grote sneeuwvlakte en heb wel een ver­moeden waar de weg is, maar het fietspad zelf is niet te zien. Even later ontdek ik hem alsnog. Wel moet ik over meerdere omgevallen bomen klunen waardoor mijn schoenplaatjes onder het ijs zitten en ik niet ver­der kan fietsen. Dan maar stoppen, met een fietssleutel mijn schoenplaatjes ijsvrij maken en weer verder fietsen. Mijn handen zijn weer bevroren. Een paar kilometer verder moet ik nog een keer klunen, stoppen en schoen­plaatjes weer ijsvrij maken. Inmiddels schijnt wel de zon en wat is het bos met een dikke laag sneeuw mooi! Ik wilde foto’s maken, maar mijn lichaam reed door. Uiteindelijk kwam ik een uur en 15 minuten te laat op mijn afspraak.

Na meer dan 100 km in de kou, sneeuw, hagel en regen vraagt je li­chaam alle aandacht. Doorweekte sokken zo snel mogelijk uitdoen is dan belangrijker dan een gesprek over het stroomlijnen van organisaties. Samen zijn, iets eten, de stem van de ander en die van jezelf horen vol­staat, belangstelling voor het onderwerp had ik niet meer. Iets ontspant als je in je doorweekte wielerpakje tussen zakelijk geklede mannen en vrouwen zit.

In die ontspanning ontstaat automatisch een vorm van vriendschap en een eerlijkheid in de manier van zijn. Ineens zitten er twee mensen aan tafel, die allebei iets beter weten wat er wel en niet toe doet. Gesprekken gaan dan vaker over relevante onderwerpen dan ik gewend was. Na een heerlijke lunch en een fijne ontmoeting zat ik weer op de fiets terug naar huis. Was het leven maar altijd zo eenvou­dig.

Terug met windkracht 6 tegen

Toen ik weer terug naar huis ging heb ik het bos overgeslagen en ben ik omgereden. Deze dag had ik zeker 30 km door de sneeuw gereden met dunne racefiets bandjes en dat was meer dan genoeg.

Langs Paleis ‘t Loo door het bos over het fietspad terug naar Garderen en via Putten vlakbij Nijkerk de brug over naar Flevoland. Nog altijd een zonnetje aan de hemel, so far so good. Maar op de dijk in Flevoland waait het hard en ik fiets er recht tegenin. Voor het eind van de dag wordt een Wester storm voorspeld, en ik schat de wind nu op kracht 6-7. Even doorbijten dus. Nergens beschutting dus vol tegen de wind in. Bij Almere verandert het weer, een stralende hemel met wat Hollandse wolken maakt plaats voor een grijs wolkendek. Bij Muiden gaat het weer regenen, en niet een beetje ook: heftiger dan in de ochtend komt het met bakken uit de hemel. Van die smerige winterse neerslag.

Helemaal kapot

Ik breek, met nog 30 kilometer te gaan en ruim 180 kilometer in de be­nen. Ik huil. Maar mijn benen breken niet, die trappen door zoals ze de hele dag al stug doortrappen. Wat een wil zit er in die benen! Mijn emo­ties lijken wel los te staan van mijn lichaam, mijn hoofd is gebroken maar mijn lijf totaal niet, mijn lijf weet precies wat te doen: stug doortrappen naar ons warme huis waar vrouw en kinderen op mij wachten.

Ik huil en mijn lijf vecht. Vanuit een diep ontzag voor dit hele gebeuren stop ik spontaan met huilen, ik word er stil van. Nog nooit was het zo stil in mij. De regen, de auto’s die voorbij razen, de ketting die maar blijft draaien, een vliegtuig dat overvliegt, ik hoor alles. Ik ben niet meer mijn lichaam, ik heb er geen controle over, ik sta er los van. Mijn lichaam weet precies wat het doet en stopt pas als de klus geklaard is.

Het zou blijven regenen tot Edam. Helemaal kapot, ijskoud en kletsnet kom ik aan in Edam. Douchen en eten kan nog net, daarna kan ik al­leen nog languit liggen op bed. Maar lang liggen kan niet, want ik moet nog naar Volendam om een verhaal te vertellen over mijn fietsavontuur op een nieuwjaarsreceptie. Gaat dat nog lukken?

Op de fiets naar een lezing

Na een uur hervind ik zowaar iets van kracht in mijn lijf. Ik trek droge wielerkleding aan, pak mijn fiets en ga naar Volendam. Mijn benen doen nog pijn. Fietsen is bijna surrealistisch. Mijn verhaal vertellen was een fantastische ervaring, ik heb me zelden zo goed gevoeld. Niet om wat ik zei of deed, maar het was gewoon fijn om er te zijn en om iets te mogen vertellen over een van de meest indrukwekkende dagen van mijn leven.

Christiaan Warger

Menu